Een premie voor elektrische deelwagens, dát zou pas een idee zijn

David De Beukelaer en Chris de Guytenaer pleiten voor een gerichter toekennen van de premie voor elektrische wagens en verwachten dat de Raad van State de wettekst zal terugsturen naar de tekentafel.

De Vlaamse regering voerde onlangs een premie van 5.000 euro in voor particulieren die een elektrische wagen kopen. Een premie die – zacht uitgedrukt – enkele fundamentele vragen oproept. Niet alleen moet ze eerst de toets van de Raad van State doorstaan, ze wordt nu al weggezet als een onnodige bonus voor de hoge middenklasse en een maatregel die visie én aantoonbaar effect mist. Hoe de premie de Vlaamse mobiliteitsknoop zal oplossen, weten we wél al: niet.

In de wandelgangen wordt inmiddels gefluisterd dat de premie al op zou zijn, nog voor de maatregel van start is gegaan. Dit is een pervers effect van de toekenningsvoorwaarden: wie in het laatste kwartaal van vorig jaar zijn wagen bestelde, heeft ook recht op de premie. Anders gesteld: wie al van plan was om een elektrische wagen te kopen, grist het gros van de premies al bij aanvang weg.

Daarnaast is de premie niet toegankelijk voor mensen die een elektrische wagen willen leasen. Dat stootte de voorbij maanden al op forse kritiek, aangezien financiering voor veel mensen de enige haalbare optie is. De premie is zo vooral een riant extraatje voor mensen die zich ook zonder steun een elektrische wagen kunnen veroorloven.

Ook autodeelorganisaties kunnen – in theorie – de premie aanvragen. Alleen rijst de vraag of dat steunpakket wel aangewend zal kunnen worden. Deelaanbieders kunnen vaak niet anders dan wagens leasen omdat ze dergelijke kapitalen niet kunnen lenen via een bank. Leasen biedt hun trouwens de mogelijkheid om ook bedrijven te betrekken in het deelverhaal. Daarmee versnellen ze actief de tweedehandsmarkt van elektrische auto’s én slopen ze de muren tussen salaris- en deelwagens. Dat lost dan weer het tekort aan laadinfrastructuur (deels) op.

Ondertussen blijft het raden naar welk advies de Raad van State zal geven op de voorliggende wettekst. In principe zou de Raad moeten oordelen dat de aankoopverplichting in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Dat is immers hét schoolvoorbeeld van uitsluiting op basis van middelen.

Diesels voor de armen

Uit meerdere analyses van de premie blijkt nu al dat die niet tot de gewenste resultaten zal leiden. Het budget van de premie is beperkt tot 20 miljoen euro, wat betekent dat maar een vierduizend bofkonten een premie zullen opstrijken. Eerder symbolisch dus, als je beseft dat er jaarlijks ongeveer 150.000 nieuwe wagens door particulieren worden gekocht.

Om de mobiliteitstransitie te versnellen, moeten alle steunmaatregelen het aantal elektrische verplaatsingen helpen verhogen, niet het aantal elektrische wagens. Dat is de enige ­(efficiënte) manier om de uitstoot van vervuilende stoffen te verminderen, de publieke ruimte opnieuw te claimen én de rem te zetten op de overmatige winning van de schaarse grondstoffen.

Zo niet, lijkt de uitkomst van de premie nu al vast te liggen: 4.000 Vlaamse diesels op opritten worden op kosten van de belastingbetaler vervangen door een elektrisch exemplaar dat evenveel stilstaat. En die diesels? Die tuffen via de tweedehandsmarkt gewoon verder, zij het zonder eigen oprit.

Elke auto is een deelauto

Autodeelorganisaties spelen een steeds prominentere rol in de omslag naar elektrische mobiliteit. Ze bieden mensen de mogelijkheid om een elektrische auto te delen, waardoor het netto aantal wagens daalt én de beschikbare middelen optimaal worden ingezet. De cijfers liegen er ook niet om: een deelwagen haalt makkelijk 6 tot 12 privéwagens van de weg én is minstens dubbel zoveel in gebruik. Dat heeft nu al een serieuze impact op de leefbaarheid, de wijkdynamiek en het stedelijk ruimtebeslag.

Het zou dus van visie getuigen om de premiepot integraal voor te behouden voor deelwagens. Zo kunnen we het aantal wagens op de Vlaamse wegen terugdringen en vol inzetten op slimme en geoptimaliseerde verplaatsingen. Dat kan wel degelijk. ­Onze elektrische deelwagens zijn 70 procent van de tijd in gebruik (het Vlaamse gemiddelde is 6 procent).

De elektrische transitie moet én zal gelijklopen met deelmobiliteit. Als de Vlaamse regering het meent met haar mobiliteits- en klimaatdoelstellingen, dan stuurt ze haar aanpak bij en laat ze financieringen toe zodat ook minder bemiddelde particulieren en deelorganisaties kunnen genieten van de premie. Anders weert ze moedwillig een groot deel van de bevolking uit de noodzakelijke energietransitie.

David De Beukelaer en Chris de Guytenaer
Autodeelorganisatie BattMobility.


Dit artikel verscheen ook in De Standaard op 19 januari 2024

Deel dit bericht

Meer weten over onze producten?

Plan dan vrijblijvend een gesprek in met Ken, onze Sales Manager.

BattMobility NV - Maatschappelijke zetel Muinkkaai 53, 9000 Gent - RPR Gent BTW 0697.709.023 - BELFIUS BE53 0689 4223 1553